Veemarktstraat 40
4811 ZG Breda
Tel nr: 076 - 514 54 91
info@devrijeboekhandel.nl
De jury onder leiding van Noraly Beyer en verder bestaande uit juryleden Sander Bax, Liesbeth D’Hoker, Roos van Rijswijk en John Vervoort heeft uit 188 inzendingen achttien romans uitgekozen voor de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2026.
De bekendmaking van de shortlist is op maandag 9 maart in Nieuwsuur op NPO2.

In De jaknikker van Peter Buwalda, de langverwachte ontknoping van het literaire succes Otmars zonen keren we terug naar bastaardzoon Ludwig Smit en Shell-ceo Johan Tromp. Op Sakhalin Island komt de verhouding tussen de twee onder hoge druk te staan wanneer Ludwig carrière maakt als tassendrager van Tromp. Samen keren ze zich tegen de journaliste Isabelle Orthel, die hun relatie onbewust op de proef stelt. Karakters en verledens botsen met elkaar en vormen een gevaarlijk weefsel van vermoedens en teleurstelling.

Een straat in een kleine stad aan zee. Het wegdek is in verval, maar de herenhuizen zijn goedkoop. Een gezin, net verhuisd uit een grotere stad. Een huis in verbouwing. Een jong kind dat eindeloos aandacht vraagt. Een hypotheek die afbetaald moet worden. Een relatie waarin de zorg nooit helemaal eerlijk verdeeld raakt. Frustraties die vaker uitgeschreeuwd dan uitgepraat worden. En dan zijn er nog de buren, die hun familiaal geweld op straat gooien. En vooruit, waarom ook niet, een polyamoureuze driehoeksverhouding. Er gebeurt veel, te veel, in het leven van Aline. En Aline wordt boos. Steeds bozer.

‘De zachtheid van Hollandse jongens. Als je opgegroeid bent met jongens voor wie liefde pesten was, val je ogenblikkelijk voor de Hollandse jongens. Ze scheren zich, ze gaan naar de tandarts, ze stofzuigen en ze kunnen zo ontzettend lief zijn. Ik zou een opvang voor Hollandse jongens willen beginnen, misschien zou dat me helpen om in leven te blijven.’

Het koor van de 300 moordenaressen is het verhaal van twee vrouwen, Lena en Maksa. Ze wonen naast elkaar op de brede straat, ze werken bij de Fleisch Union en reizen dagelijks samen heen en weer met de tram. Politieke manipulatie, jaloezie en verraad drijven hen uit elkaar met noodlottige gevolgen. Wanneer ze beiden in een vrouwengevangenis belanden, komen ze onder de hoede van ‘het vrouwtje’ – bepaald geen lieflijke toverfee, die een bijna magische wending weet te geven, niet alleen aan het leven van Lena en Maksa, maar aan het leven van alle vrouwen in de gevangenis.

Vos Jacobsz is een tandenjager. Hij struint de slagvelden van napoleontisch Europa af op zoek naar jonge gevallenen met nog gave gebitten, waaruit tandartsen voor rijke klanten kunstgebitten fabriceren. Wanneer Vos bij Quatre-Bras het mooiste gebit vindt dat hij ooit gezien heeft, besluit hij het in Londen in zijn eigen mond te laten transplanteren. Die wonderbaarlijke tanden helpen hem door te dringen in hogere kringen, waar hij zijn oog laat vallen op een markiezin met een al even fraai gebit. Tijdens een grimmig jaar zonder zomer wijdt zij hem in in een verborgen wereld van decadentie en uitbuiting. Maar hoeveel bloed aan je handen en je tanden kun je voor jezelf rechtvaardigen?

In het twijfeldonker van onze kamer werd ik belaagd door gedachten zwart als kraaien, die hun rollende keelklanken in mijn schedel krasten en zwermend hun vleugels om mijn oren wiekten. Ze vlogen zo rakelings langs me heen dat ik de wind door hun veren hoorde suizen, als een scheur in het weefsel van de werkelijkheid.
Als de dieren is een poëtische zoektocht naar taal en betekenis, voor een ervaring die zich tegen beide verzet.

De elfjarige Ernst, zoon van SS-Obersturmführer Karl Zehlendorf, raakt vermist in de buurt van een concentratiekamp. Zijn broer Reinhart beweert hem te hebben achtergelaten aan de oever van het verraderlijk diepe meer, waar ze aan het vissen waren. Hij zal toch niet in het water zijn gevallen? Terwijl de geallieerde legers in de verte al te horen zijn en iedereen in het kamp beseft dat het einde van de oorlog nabij is, gaat Karl op zoek naar zijn zoon.

Toen de val speelt zich af rondom en aan boord van vlucht py 764, die uit Nederland vertrok en op 7 juni 1989 in Zanderij, Suriname verongelukte. Het toestel kwam in de savanne achter de landingsbaan neer en bij deze ramp stierven 176 mensen. De gronden waarop de luchthaven werd gebouwd behoorden ooit toe aan Inheemsen, die wegtrokken met een voorspelling van slechte tijden in gedachten. Iraida Martha Ooft volgt in deze intrigerende roman de uiterst persoonlijke processen die door de dood van geliefden in gang worden gezet. Afwisselend stelt ze de levens van degenen die achterbleven en degenen die het leven lieten centraal.

Ze kan er niet meer tegen: de beelden uit weer een nieuwe oorlog, het nieuws van een volgende klimaatramp, de alomtegenwoordige onverschilligheid voor de dood. Ze ontvlucht haar leven in Leuven en verruilt dat impulsief voor de ogenschijnlijke eenvoud van het Normandische landschap. Boom na boom, struik na struik, vogel na vogel leert ze opnieuw kijken. Bevredigt wat ze daar opbouwt meer dan wat ze de rug toekeert? Een oude piano, een paar kippen en de kalmte van koeien bepalen mee het antwoord.

‘Achteraf weet ik dat we het over de stilte hadden moeten hebben; hoe die precies verdeeld werd over de leden van dit gezin, over de familie, mensen die we niet eens kennen, die generaties eerder al keuzes maakten. Nooit hebben we het over de macht van de zwijger; praten over stilte is alsof je een zaklamp op een donker hoekje richt om de schaduw aan te wijzen.’ Aan voormalig gevangenisbewaarder Ela dringt zich, na jaren van vertellen over andermans leven achter tralies, een persoonlijker verhaal op. Over een vader en twee broers, de werkelijke omvang van een familiegeheim en haar neiging de werkelijkheid te vervormen. Het blijkt al snel ondoenlijk om het daarbij niet over daderschap te hebben – en wat mag ze eigenlijk ‘persoonlijk’ noemen?

Plots wemelt het in Berlijn van de olifanten. Algauw wordt duidelijk dat de dieren niet uit de dierentuin komen, maar een geschenk van de president van Botswana zijn. 20.000 olifanten heeft hij de Duitsers cadeau gedaan, als ‘dank’ voor de verscherpte wetgeving met betrekking tot de invoer van jachttrofeeën.

Wanneer iemand haar vraagt hoe het voelt, migraine, tekent de hoofdpersoon uit Nachtschade een grillige spiraal. Ze leeft in eindeloze cycli van tijd en tussentijd. Wanneer de migraine toeslaat brengt ze de tussentijd door in een schemerruimte, terwijl vormloze monsters door haar schedel slenteren. In de andere tijd probeert ze een leven op te bouwen ondanks de grilligheid van haar eigen lichaam. Als houvast verzamelt ze de stemmen van vrouwen die haar voorgingen, op zoek naar soelaas, naar een teken, naar magie. Maar deze obsessie veroorzaakt een crisis wanneer blijkt dat de zeventiende-eeuwse filosofe Anne Finch Conway zich niet laat vangen.

Cato zit op haar bankje, dat vergroeid is met mimosa. Waar wacht ze op? Nergens op. Ze zit er gewoon. Met haar glazen oog dat traant bij zuidwestenwind. Alsof ze huilt. Maar Cato heeft negen jaar geleden voor het laatst gehuild. Toen haar jongetjes werden verpletterd door de glimmende ijskast en haar hart bevroor.
Is het de wijn die ze de hele dag drinkt, de abrupte dood van haar buurvrouw die nadreunt? Of het gezoem van bijna alles bij elkaar? In dat gezoem komt iets naar boven zweven, het fladderende geluid van een vergeten belofte: het besluit om dingen te ondernemen die boven haar macht liggen, om geen lafaard te zijn.

Een vrouw reist door een sneeuwlandschap. Ze is op weg naar de buitenwijk waar haar vader woont. In zijn hoofd sneeuwt het al lang. Terwijl de vlokken rond haar neerdwarrelen, moet ze een hartverscheurende beslissing nemen. Een moeder staart door een keukenraam. Buiten speelt een kind in de sneeuw. Was dit de droom – een huis in het dorp, een dochter, een man? Is dit nu leven?

De dag voor Simon naar Italië vliegt om de as van zijn ex Carla te verstrooien, ontvangt hij uit het niets een enorme som geld. Tijdens een nachtelijke chatsessie op de website van de bank breekt iemand in die beweert net als Simon vast te zitten op een alternatieve belevingsvakantie. Gestrand in een parallel leven. Het is het begin van een aangrijpende zoektocht. Simon wordt bijgestaan door zijn dochter Romy, de vrucht van zijn onstuimige liefde voor de veel oudere Carla, eind jaren tachtig. Romy werd geboren met een beperking, en de relatie met haar vader raakte al vroeg in haar jeugd ernstig verstoord. Na tien jaar stilte zoekt Romy weer toenadering: haar vader lijkt sinds een paar weken een andere man te zijn.

Schelvis groeit op onder de rook van de staalfabriek in een dorp aan de kust. De fabriek of het distributiecentrum: dat zijn de keuzes voor later. Het is werk op plekken zonder ramen, gedicteerd door de klok. Maar Schelvis droomt van een ander lot: niet langer een dienaar zijn, maar een meester. Lukt het Schelvis om los te breken? Hoe radicaal moet je daarvoor zijn? Een carnavaleske, satirische, heftige, grote, kleine roman over klasse en lotsbestemming.

Waarom radicaliseert de ene mens wel en de andere niet? In Onder duizend vlaggen worstelt de jonge moeder Frida Overveen zich door een tijd waarin de gelederen zich lijken te sluiten. Moslimfundamentalisme, de klimaatcrisis, Black Lives Matter, een opkomende oorlog en een uitgespeeld Europa vechten om haar aandacht. In het isolement van de pandemie ontwikkelt het publieke discours zich naar een kantelpunt in de geschiedenis waarin zij haar zoon veilig tracht te houden voor alle dreigende schaduwen die zich aftekenen tegen het doek. Maar hoe houd je een kind veilig in een wereld vol gevaren die steeds verder escaleren?

Een Nederlandse schrijver met geheugenverlies probeert zich zijn ontmoeting met Bohumil Hrabal te herinneren, de Tsjechische schrijver die hij bewondert en van wie hij graag literaire tips wil krijgen. Hij sprokkelt dagboeken, krantenknipsels en oude agenda’s bijeen en raakt verdwaald in verhalen vol absurde belevenissen en hevige dilemma’s van zijn Tsjechische vrienden in de destijds door de Russen gecontroleerde wereld achter het IJzeren Gordijn. Het brengt hem op zijn Theorie van Echte (Tsjechië) en Onechte (Nederland) Landen. In Echte Landen is het geweten een luxeproduct. De vraag is of dat ook geldt voor het geheugen.